This is a Dutch-language ABC of Puppetry ('poppentheater-abc') with nearly five hundred entries. This section
contains an explanation of the terms, expressions, concepts, puppetry techniques, characteristic
puppet theatre figures and important people.

Hanske knap

Een klomp in de gedaante van een monster of duivel, die als bedelinstrument wordt gebruikt. Kinderen trekken hiermee al zingend langs de huizen om 'centjes, oortjes, fooitjes' en vooral snoep op te halen met Sint-Maarten, Driekoningen en vastenavond. De neus van de klomp is horizontaal doorgezaagd, waardoor de zool loshangt. Dit deel dient als onderkaak, het wordt met een scharnier weer aan de klomp bevestigd, zodat de bek open- en dichtklappen kan. Op de zaaglijn zijn tanden geschilderd. Aan de onderkant van de klomp is een staafje bevestigd, waardoor de figuur als stokpop te hanteren is. Door aan een touwtje te trekken dat door de klomp is gehaald, gaat de muil open en dicht. Zo is het een bijtende klomp, een knaptand, een klapbek. Bevalt de grootte van de gift niet, dan wordt de gierige gever 'bedankt' met een flinke beet: 'knap' doet de beestenbek dan met een klap. Andere benaming: Haaske knap of Haasje knap. Oorspronkelijk werd de klomp bedekt met de huid van een pas geslachte haas of pas geslacht konijn.
Zie ook Foekepot.


Illustratie uit: Goe Vollek.
Impressum: BelgiŽ, (1990?).