Veel
poppenspelers woonden vroeger aan het Franschepad, aan de Bierkaai en in de
Duvelshoek - oude, levendige volkswijken in het hart van Amsterdam. Niet ver daarvandaan
ligt de Oudezijds Voorburgwal. Deze werd in de volksmond 'Fluwelen Burgwal' genoemd, omdat de rijken die daar woonden in fluweel
gekleed gingen. Het 'rosse' deel van de Burgwal werd wel met de oude Bargoense benaming ''t Fluwelen Eindje' aangeduid. Rossig en
van velours zijn tevens de
gordijntjes van de
ronzebons (poppenkast) van
Jan Klaassen en
Katrijn. Vandaar de benaming 't Fluwelen eindje voor de monografieënreeks over het
volkspoppenspel, samengesteld en uitgegeven door het
Poppenspe(e)lmuseum.